Over Monschau

Gezellige drukte

Wanneer je Eupen en de Belgisch-Duitse grens voorbij bent, is het nog enkele kilometer tot in het befaamd middeleeuws stadje   Monschau dat toch met zijn tijd meegaat.

De amper 2.000 inwoners van dit “grote dorp” zijn met reden trots op hun rijke verleden. Karel de Grote zocht er verpozing en Napoleon zette er een legerkwartier op. Bovendien was Monschau een aantrekkingspool voor de rijkste en meest befaamde wevers uit heel Europa.

Vandaag leven de inwoners er vooral van het toerisme. Die bezoekers hebben trouwens geen ongelijk: Monschau straalt een aparte sfeer uit, waar vooral voetgangers van genieten. Het is er aangenaam toeven, weg van de drukte. Een markante anekdote is dat tijdens de Tweede Wereldoorlog precies één huis door één bom vernield werd. Voor de rest werd Monschau gespaard van alle soorten onheil!

Het stadje is opgetrokken aan de Rur-rivier, die in de vallei een brede U-bocht maakt. Langs de omringende heuvels, werden heel wat huizen opgetrokken, bijna trapsgewijs, tussen een hoogte van 350 en 650 meter. Tijdens de winter ontwaken ook de naburige dorpen, wanneer talrijke liefhebbers van langlauf- en alpineski er neerstrijken.

In het hartje van de stad is het bijzonder rustig, het kabbelen van de Rur is het enige achtergrondgeluid.
Auto’s worden hoogstens geduld in het centrum door de bewoners. Je laat dan ook het beste je wagen achter op één van de drie parkings aan de stadsrand.

Welke plekjes mag je als wandelaar zeker niet links laten liggen?
De stad heeft zijn klassiekers: het Rode Huis, de Mosterdmolen en het Glasmuseum. In dit laatste museum zie je – van op een veilige afstand van de oven van de glasmaker – hoe de grondstof vakkundig wordt omgetoverd tot vazen, borden of fijngeslepen wijnglazen. Naast dit museum is een originele en indrukwekkende attractie bijgekomen: de Burgau. Diverse oude ambachten kregen in dit centrum een plaatsje: pottenbakken, leerlooien, schrijnwerken.

Reis je graag een stukje terug in de geschiedenis?
Dan zul je je niet vervelen in het Rode Huis. Dit prachtige landhuis, gebouwd in 1760, is een mooi voorbeeld van hoe een rijke weversfamilie in de 18e eeuw leefde en woonde. De ruime, heldere kamers zijn fraai ingericht met meubelen die symbool staan voor de rijkdom die de wevers vergaarden.
We herkennen de toonaangevende stijlen die zich in de loop van de eeuwen ontwikkelden: rococo, Louis XIV, empire. Let op de trap in donkere eik die doorloopt tot de derde verdieping. Hij bevat 21 houtsnijwerkjes met afbeeldingen van kinderen uit de tijd dat de lakenindustrie hier volop bloeide.

Gastronomen kunnen net buiten het stadscentrum op zoek gaan naar de van Guido Breuer, die in de mosterdmolen op ambachtelijke wijze mosterd vervaardigt. Breuer haalde zijn mosterd bij zijn overgrootvader, een man met faam in de streek die zijn producten tot in Luxemburg leverde. Nu verwelkomt de achterkleinzoon dagelijks heel wat bezoekers die nauwlettend toekijken hoe hij zijn mosterd aanmaakt. Negen specialiteiten heeft hij in huis, waaronder eentje op basis van dragon, look en groene peper. Stapt u één van de restaurantjes binnen, probeer dan zeker een gerecht met deze “senf” of mosterd.

De belangrijkste troef van Monschau – vóór de Eerste Wereldoorlog heette het stadje Monjoie – zijn en blijven echter de geplaveide, smalle straatjes met de vele vakwerkhuizen. De vier kerken die uit een andere tijd stammen en de typische huizen zoeken van kelderraam tot daknok beschutting in een jasje van leipannen. Ze geven het plaatsje een bijzondere aantrekkingskracht.